Wonen

Vandaag zou ik zingen willen met
een stem die uit de wolken klinkt,
alsof pianotoetsen op de golven
komen aangespoeld in onbekende
kleuren, en als je vingers even deze
pracht beroeren ben je stomverbaasd:
het is alsof uit ziel geboren schatten
eindelijk het zonlicht mogen zien.

Vandaag zou ik zingen willen met
een stem die uit de wolken klinkt,
een Liefde die zolang gedragen
eindelijk tevoorschijn treedt in alle
pracht en praal, die enkel vraagt om
hier te mogen wonen, te blinken als
een ruwe diamant, die eeuwenlang
haar licht in duisternis onthullen
moest.

Vandaag zou ik zingen willen met
een stem die uit de wolken klinkt,
als tranen van geluk, want zie: ze
worden opgevangen en gedroogd,
bewaard als edelstenen om
de woning van het Hart te laten
schitteren, zodat allen stomverbaasd
dan mee dit lied met zachte lippen
willen delen.

Vandaag zou ik willen zingen met
een stem die uit de wolken klinkt,
onzichtbaar, zo aanwezig, overal
nu, overal ben je nu thuis, je hoeft
niet meer te zoeken, hier ben je nu
en hier mag je nu wonen.

Verlossing

Ben ik niet in de wereld,
ik ben misschien wel
van de wereld,
gaan en keren heen en weer
er zal verlossing zijn
wanneer  het keerpunt komt
Ingaan uitgaan heen en weer
dit zal verlossing brengen
Deze wereld is de mijne niet
toch ben ik van de wereld
Luister
luister naar de woorden
die  verlossing brengen
Vergeet voor eenmaal
dat je  in de wereld bent
Want
gaan en keren heen en weer
zal terugkeer brengen
Weet je geborgen
in deze  duisternis
en ken het antwoord niet
Want immer zal verlossing
gaan en keren
Verlos je van de woorden
want zij keren slechts
En ga dan keer terug
naar voor je nog met woorden sprak
Ga dan en kijk
en zie vanuit de duisternis
het licht  van liefde
dat genezende verlossing brengt

Verjaardag

Als alle woorden zomaar verdampen,
oplossen in zonnestralen, om dan in
wolken nieuwe verhalen te beginnen
die door de wind gelezen, op het gras
geschreven worden, en als ik dan ga
liggen, mijn hart laat rusten, al mijn
verlangens overgeef aan het zachte
strelen van de halmen op mijn huid,
als ik dan adem, word ik opnieuw
geboren, ik zwem in licht, ik denk
niet meer, ik hoor je stem, een nieuwe
taal, een hemels ochtendgloren, alle
tranen dan verdwenen, zonbeschenen,
ik hoef niet meer, als ieder woord
zomaar verdampt dan ben ik opgelost,
gedragen in een dieper weten: zo licht
wist ik het wel, ik was het niet vergeten,
wat door de wind gelezen wordt gaat
nooit verloren, je hoeft het enkel te
vertalen uit het strelen van de halmen
op je huid: welkom, welkom, je bent
de liefde van mijn leven.

Vonk

Er is een vonk die in ons Hart
van Vreugde spreekt en die daar
werd geplant door Handen die
onzichtbaar voor het blote oog
Hun Liefde uitstrooien in rode
regenbogen van eeuwigdurend
Vorstelijk Vuur, er is een Vonk
die wacht op onze handen om
dan samen te ontbranden, er is
een Vonk, die Vuur zal worden,
vlammend van vervuld verlangen,
herinnering aan Handen die in
Voortdurende Aanwezigheid alle
Hoop en alle Liefde dragen, en
daarin het Vuur dat alle tranen
oplost, heelt, genezing brengt,
ons over alle tijden heen tot aan
de Hemelpoorten voert, vervoerd,
tot de ontmoeting met het Ene
enigmakend Vuur, waarin het
Woord wordt opgenomen en
ons spreken dan verstilt tot een
dankbaar gebed van  overgave,
in herkenning van wat altijd
Is, en nog zal Zijn als wij dit
Huis verlaten, er is een Vonk
die in ons Hart van Vreugde
spreekt, een Vonk die  wacht
op onze handen om samen te
ontbranden.

Golvende Bomen

Er is een boom , hij woont tevreden aan het
Zoete  Water, hij vraagt niet om bemind te
worden, hij ademt, wast, en neemt dan af
zoals  een golf, stervend op het zand, soms
rimpelend, dan weer opgejaagd groeiend
op een lentewind, en zo wordt hij bemind,
gewiegd verlangen, heen en weer, gedreven
tot  verstrengeld samensmelten, zo kijkt hij
naar de stappen in zijn sporen, kent de jouwe,
kent de mijne, kent elke zonnestraal die door
zijn takken danst, hij biedt een woning aan
verdwaalden, zelfs de seizoenen geeft hij
onderdak. Er is een boom, hij woont tevreden
aan het Zoete Water, hij kent er elke druppel
van, kent deze  oceaan van duizend tranen,
ziet de zwanen en hij glimlacht zacht, zoals
de maan soms oplicht achter wolken, stelt
geen vragen, zo worden wij bemind, hij kent
jouw liefde, kent de mijne en dan geeft hij
het antwoord,  zoals een golf, die aanspoelt,
en gelijkmatig onze sporen uitwist tot een stil
verenigd zijn.