Zand

Rainbow 155

Zoals de wind het zand schuurt tot voetstappen verdwijnen,
fijn maalt, bedekt wat ooit een indruk achterliet, werd opgericht,
zoals wat achterblijft nogmaals dan golf na golf wordt glad gestreken,
zo neemt de zee herinneringen mee tot ze in tranen dan opnieuw
verschijnen, en op je lippen proef je wat in hart gegrift door ogen
dan wordt teruggegeven, het zoute branden, en je wordt overspoeld,
vingers, handen, armen, heel je lichaam wordt bestraald als door
het wentelende vuurtorenlicht, dat tolt, en draait en keert, dat
in de zwarte nacht zich slingert dwars doorheen je diepste plooien
tot in de nerven van je aders in bloedstollend stromen,
golf na golf, tot dan de wind komt en zich zacht te rusten legt,
en je bedekt en toedekt met een zachte adem,
zo neemt de zee herinneringen mee,
en blijft het zand steeds achter als getuige.

(afbeelding: Vuurtorenrots, Nazaré, Portugal, Juli 2013)

Postuum

Je brief kwam toe, je lippen waren reeds
gesloten en ik opende opnieuw, zoals je
voor de eerste maal verzegelde geheimen
kan ontsluiten, voorzichtig, stil , plechtig
en nieuwsgierig naar wat voorbij het graf
aan openbaarheid wordt gegeven, zoals
een eeuwenoude farao nog spreken kan,
een schatkamer waarvan je het bestaan
vermoedde die nu schitteren kan in al
zijn goed bewaarde pracht en praal, ter
nagedachtenis van lang vergane glorie,
diamanten, goud en mirre , geschenken
van de koningen en keizers om de verre
reis naar onbestemde overkanten in alle
vrede laten te verlopen. En ik las opnieuw
je lach, je liefdevolle dienstbaarheid in
schuchtere woorden die hun best deden
om slechts te klinken als stil getuigende
vergeet-mij-nietjes, je merkt pas dan hun
geurende aanwezigheid als ze verdwenen
zijn, de leegte die dan achterblijft naast
rozenperken die zich haasten  om die plek
dan in te nemen en om snoeien vragen.
Je brief kwam toe, je lippen waren reeds
gesloten, en toch moest ik openen, en ik
opende opnieuw, je sprak tot mij: vergeet
mij niet, ik ben er nog, ruik je me niet?

(foto gepubliceerd met toestemming van betrokkenen)

Bernadette

Vuur heeft voedsel nodig, maakt dan
Licht en spreekt over de verste sterren
heen. En zo leggen we voorraden aan
zodat we warmte krijgen, zodat ons
Hart kan blijven kloppen, bloed stroomt
af en aan, O ja, het Vuur heeft voedsel
nodig, en toch zijn we hier aangeland,
wie heeft dan onze voorraad aangelegd?
Als ik Je voeten kus weet ik het weer: zoals
het water stromen kan uit bronnen aan
het oog onttrokken zo is het ook met Jou:
Je bent onuitputtelijk, een waterput waar
van Jij enkel weet hoe diep de bodem al
dit weten draagt, ja waarlijk: Vuur heeft
voedsel nodig, want hoe was ik hier anders
aangeland?

Zoals

Zoals je luistert, spreekt en voelt, zoals
je kijkt en lacht, zoals er tranen zijn, zoals
je armen en je handen, zoals je vingers
zachtjes en zoals je adem  en je hart,
zoals je bloed doorheen je aders, zoals
je moeder en je vader, zoals je bent en
wandelt in het gras en op het water, zoals
je aan de hemel schittert en zoals je
in enkele wolken woont, je langzaam
omdraaien zoals dat uit je schaduw blijkt,
je  zwemmen in een bed van bloemen en
zoals je geur nu door de kamer danst, zoals
je zitten onbeweeglijk, je fluisteren zoals de
nacht, stil, donker zo aanwezig, en je schijnen,
je verlichten doorheen sluiers, zoals je zweven,
je fladderen rond alle vlinderbomen, O, zoals
je bent, zo ben je nu, zo wakker hier in mij.

Nieuwgeboren

Wie ben je, waar ben je, wat ben je?
Je spreekt in zoveel talen, ik herken
je niet, als een kameleon sluip je
mijn netvlies binnen, nu eens denk
ik je te kennen, zelfs te herkennen.
Wie ben je, waar ben je, wat ben je?
Ik denk niet meer, ik trek me terug
net als een vos, een salamander,
zal ik mijn ziel verkopen of laat
ik alles dansen, laat ik alles wiegen
evenwichtig balanceren op het puntje
van mijn tong? Terwijl je spreekt kan
ik niet anders dan  dit woordenspel
miljoenen malen te herhalen tot ik
je vind, tot je doorzichtig wordt, een
sfeer, een heilig teken, zoals je naakte
huid, waarop dit schrijven zichtbaar
wordt, getooid, versierd. Wie ben je,
waar ben je, wat ben je? Man of vrouw,
hard of zacht, ijs of water, en kijk ik
in je  zal ik dan liefde vinden, een
nieuwgeboren ster, of zal een lichtjaar
nodig zijn  om  je toch aan te raken?
Was het een toevalstreffer die je hier
bracht, of toch een wonder, een vrucht,
zoals de volle maan  die deze nacht
verlicht, een zingend bidden, knielend
voor de zon die zich heeft teruggetrokken?
Wie ben je, waar ben je, wat ben je?
Nu alles is gezaaid is het slechts wachten
op een nieuwe lente, raak me aan, voel
me, wees nu mijn kind en wordt geboren.