Bestanden komen toe als diamanten,
ze ontvouwen zich zoals de Ziel het hart
graveert, in Liefde en in juiste handen,
zoals voorbij de wolken en voorbij
de blauwe hemel in de Duisternis van
ons geweten Hoop te wachten ligt, daar
schitteren ze, hun Licht is al vertrokken
nog voor wij het ontvangen, ze dragen
jaren als enkele duizenden van een seconde,
ze helen wonden die nog niet geslagen zijn,
ze dragen je op handen, het zijn zo onze
zielsverwanten, onze leefgenoten die
voorhanden zijn als we de diepe eelt
wegslijpen die dit Aards bestaan heeft
laten groeien in ons diepste zijn, zo
hard ons hart, zo hart, zo hard dat
duizenden seconden niet voldoende
zijn om al die jaren fijn te slijpen, het
is specialistenwerk , het is een dieper
weten, een wakker worden uit een
slaap die eeuwig duurt, en dan, dan,
als alle weten is vergeten, en als ons
laatste Licht is uitgedoofd, als het zo
donker wordt dat we zelfs onze hand,
ons enig instrument om deze diamant
tentoon te stellen, uiteindelijk zijn
kwijtgespeeld, als door een guillotine
flitsend afgesneden, dan, pas dan
zullen we naar verste sterren reiken,
zullen we wonen in een niemandsland,
waar dan bestanden zich ontvouwen
als een zuiver zijn, als diamanten
die in handen van dat opgebrande,
ijle Niets, in schitterend uitgepuurde
Liefde alles doen ontbranden, een
Laaiend Vuur zal ons omarmen tot
we zelf branden, sterrenstof, waar
Alles is, en duurt , opnieuw en Nieuw.
Zilvermeer
@ Zilvermeer, Mol, België
Over het Zilvermeer legt zacht
de gele avondzon haar mantel,
rimpelloos, een spiegel waarin
Liefdeswater zich onzichtbaar
wentelt, alsof met trage vleugel-
slag een reiger in windstilte wil
nestelen, stilstaan, altijd dieper
tot de bodem dan de oppervlakte
toont, O, over het Zilvermeer
legt zacht de gele avondzon haar
mantel, dekt toe wat overdag
in zwierig handschrift aan haar
huid werd toevertrouwd, een
minnestrelen, terwijl een late
zwaan dit alles met de beste wil
ontcijfert, en dan terugkeert
tot de oever, terwijl het Licht
verkleurt, onmerkbaar groeit,
in wolken regenbooggebeuren
sterrenwaarts, tot ogen enkel
nog in inktzwart wit ontwaren
en daar, O daar dan over het
Zilvermeer leg jij dan trouw je
adem neer, een mantelvlucht,
een zucht en ik ontvang dan,
opgelucht.
Serendipity
Dear readers, to read more poetry (English-Dutch- French) go to www.boutman.com/serendipity but comments please post here for the moment. Thx, Bout
Imagine
Imagine as this snow is melting how
a bird is opening its wings to welcome
a new dream, imagine as your weeping
heart is beating how your eyes are looking
for a cloud, a shelter for your soul’s desire,
imagine as this day is closing how the night
is entering, its dark embrace invisible, silence
then, imagine as this snow is melting how
it welcomes you, whispering, arms only for
you, then fly, fly, so you melt too and woo.
Left
There is little left, as if all the snow
has melted, all the birds unwinged,
fallen angels, lovers lost in agony,
their song is echoed by the water
now that keeps on pouring in my
home land, o, there is little left, a
treetop reaching out, six thousand
rings that lead to this, o, there is
little left, all has melted, lovers lost.






