Stollen

Image012

Inkt bevriest, woorden stollen op papier,
veraf klinken de vreugdekreten van wat
in wieken aan de tijd gegeven wordt,
het is alsof de wind plots van zich horen
laat, na al te lang afwezig zijn keert wonder
terug, het is er altijd al geweest maar hield
zich wat onzichtbaar, zelfs op je hand was
enkel nog wat stof achtergebleven van
jaren, en toch, inkt bevriest en plots
blijken de woorden niet te stelpen,
ze lichten op, ze zijn nu uitgestold en
smelten voor de zachte hand die die hen
het leven schenkt, O, geen angst meer
en geen wederwoord want de nacht
is dag geworden, verlangen waait nu weg,
boven de hoofden roepen vreugdekreten,
ze zijn vlakbij, je kan ze nu de hand wel
reiken, kijk, je hoeft zelf niets te vragen
want ze dragen je voorbij het vuur, ver,
verder dan je ooit kon dromen, het wachten
werpt zijn vruchten af, je hebt het altijd wel
geweten, de welbekende reis, je hebt er
zo lang in gewoond en eindelijk kan je
naar buiten, zomaar, O, wie nog in wonderen
gelooft die zal nooit sterven want hij weet:
je bent toch nooit geboren, je bent er altijd
al geweest.