Tagarchief: moederschoot

Birth Meditation

1st >
look for a cosy and warm place where you feel “@ HOME”
2nd >
try not to get disturbed during 30 minutes
3rd >
use a good headphone, or better do it without headphones and see that you can experience the sound in the best way possible
4th >
don’t turn the volume too loud, just see that you feel “@ ease” with the sound
5th >
use more low tones than high tones
6th >
dim the lights, use some candles, make red colours prevail
7th >
use Internet Explorer & click on the link below (will open in new window)
8th >
you will be asked to click on numbers 1 + 2 +3 > all will open in new windows
9th >
cover your computer screen
10th >
lie down as warm & comfortable as possible
11th >
let it flow > “energy goes where intention goes” :-)

CLICK NOW: http://www.boutman.com/Webdesign.htm

image > Sunset @ Port Of Antwerp, Belgium, May 2010

De Oude School

De grote oorlog van het spreken heeft steeds hetzelfde, vaste patroon.

Je begint als soldaat en je promoveert met zekerheid tot bevelhebber. Je hoeft er zelfs niet voor naar school. Ik kan het weten. Ik heb beide stadia bereikt zonder ooit één examen te moeten afleggen. De keerzijde van de medaille is dat je altijd beide tegelijk bent. Het is eigen aan de maatschappij. Altijd is er een trapje hoger en een trapje lager. Zelfs op het laagste trapje kan je nog een tik uitdelen, en op het hoogste kan je ook nog op je donder krijgen. Het is een hiërarchie die bijna alomtegenwoordig is, die bijna alles doordrenkt. Bijna. Want ergens diep verborgen, onzichtbaar voor gelijk welke microscoop, door geen enkele techniek te vatten blijft er altijd nog wat achter. Je kan het niet benoemen, maar je voelt dat het er is.  Bij de één al wat sterker dan bij een ander. De grote oorlog is immers niet voor iedereen even groot. Het is een niet te temmen haardje van verzet. Een eeuwig vlammetje dat geen zuurstof nodig heeft. Laten we het noemen: de onbekende soldaat. En ook dat kan ik weten. Ik spreek er regelmatig mee. En dat gebeurt in kleine oorlogstaal. Niet in woorden te vangen.

Ik ontmoette de onbekende soldaat voor het eerst in het tweede studiejaar van de lagere school. Gemeentelijk jongensonderwijs. Nu is het een cultureel centrum en openbare bibliotheek. Boven de ingangspoort verwijst de naam nog naar het verleden: “d’Oude School”.  Aan de buitenkant van het gebouw is weinig veranderd. De gevel is opnieuw gevoegd en gezandstraald (in mijn herinnering zag ik een grijs gebouw) en  een verlicht bord met de naam van het sponsorende biermerk verraadt een nieuwe functie. Vanuit de verte, voor wie hier nooit is geweest, zou je denken: een grote boerderij. Ook de speelplaats ligt er nog. De speelplaats… verdriet en vreugde. Wat ons belette te ontsnappen is weggenomen. Maar er was ook een overdekte speelplaats binnen. Je kon er tot in de nok van het dak kijken. Vanuit mijn standpunt toen een enorme ruimte. En achteraan links de donkere gang naar drie klaslokalen. Aan de gangwanden taferelen uit de geschiedenis van de dierenwereld. Donkergroen. Soms bekroop me het gevoel dat ze tot leven kwamen. Ik kon niet snel genoeg in het klaslokaal zijn. Houten banken, griffel met lei, inktpot, “balpen” verboden. Stookoliekachel achteraan. Drie lokalen met telkens twee studiejaren, ieder met één meester. Vooraan het eerste en tweede studiejaar, achteraan het vijfde en het zesde. Daar zetelde de hoofdonderwijzer. De hoofdmeester. Het middenschip voorbehouden voor het derde en het vierde. De leeftijd en graad van de meesters was recht evenredig met de plaats van het klaslokaal. Wie in het eerste lokaal thuishoorde keek vol ontzag naar de rij die statig voortschreed naar die laatste deur in de verte. Het eindstation.

Zoals je ziet: de grote oorlog van het spreken heeft steeds hetzelfde, vaste patroon.

 Het was uit de nok van die overdekte speelplaats dat ik plots een aantrekkingskracht  voelde. De speeltijd was voorbij, en vooraleer het treintje naar de klaslokalen kon vertrekken, moesten we natuurlijk in mooie rijtjes, twee aan twee staan opgesteld. En toen was er dus die onweerstaanbare drang die mijn ogen naar boven richtte. Niet recht omhoog, wat schuin in de rechterbovenhoek van het dak. Daar ergens. Op dat moment heb je als kind geen flauw idee wat er gebeurt, je denkt niet, je voelt. Pas vele jaren later kan je het in woorden proberen te omschrijven. Je benoemt het, en eigenlijk ontneem je zo het mysterie zijn glans. Want dat was het wel. Mysterie. Oorspronkelijk betekent dat woord “degene die geïnitieerd is”, “met gesloten ogen en lippen”, omdat enkel geïnitieerden de geheime en heilige rituelen mochten zien. Wat een vreugde, wat een liefdevolle warmte waarin ik me welkom voelde. Een uitnodiging waaraan ik niet kon weerstaan, zonder iets terug te moeten geven. Zo overstromend dat het lijkt alsof je je bewustzijn verliest. Tijd verdwijnt. Seconden, uren, dagen, jaren, een eeuwigheid, er bestaat geen onderscheid meer. In gesprek met de onbekende soldaat. Gedragen zonder woorden. Als een poortwachter van de moederschoot leidt hij je binnen in iets wat groter is dan buiten, je kan er zwemmen zonder water in een oceaan van gewichtloosheid, je drijft altijd.
Een oude legende vertelt over een monnik die de abdij verliet voor een middagwandeling, en toen hij terugkeerde herkende hij niemand meer. Stomverbaasd moest hij vaststellen dat drie eeuwen verlopen waren, hoewel hijzelf er zeker van was slechts een korte wandeling te hebben gemaakt.
Toen voelde ik ook geen zwaartekracht meer, ik zweefde in een onbekende ruimte, sneller dan het licht leek het wel, zonder te weten waar de poort was waarlangs ik binnen was gekomen. Ik kan me nu nog steeds niet herinneren wanneer en hoe ik de weg terugvond, in het rijtje, het treintje van mijn klasgenootjes. Ben ik al wel teruggekeerd?

De kleine oorlogstaal kent geen woorden, kent geen vast patroon, er is geen patroon.

 In de volgende jaren waren er nog enkele “voorvalletjes”, drie of vier, maar nooit meer op school, enkel in familieverband. En nooit meer hetzelfde. Ik stuikte dan in elkaar als een lichaam zonder geraamte, werd een pop, tot grote paniek van mijn ouders. Ik zag nog wel, maar nooit was er de onbekende soldaat die me uitnodigde en de poort opende om in het mysterie te duiken. Dat duurde net zolang tot ik voor de dokter werd gebracht, en telkens veerde ik dan onmiddellijk recht, herrees uit het dodenrijk, als een moderne Lazarus. Tegenwoordig zal er wel een naam voor bestaan, ongetwijfeld. En zeer waarschijnlijk ook een geneesmiddel, ongetwijfeld. Ik hou het op: verlangen. Als je eenmaal geproefd hebt van het paradijs wil je terug, zo simpel is het. Eenmaal de lagere school voorbij, verdween ook de onbekende soldaat. Niet helemaal. We praten nog regelmatig, maar zijn stem wordt steeds maar zachter, steeds verstilder, van steeds verder.

De grote oorlog van het spreken kan verstikkend zijn.

Het is nacht, ik woel in bed, ik kan niet slapen. Wat rondwandelen dan maar, hapje eten, naar herhalingen kijken op televisie. Nog klaarwakker. Even naar buiten. Het is niet echt donker. Volle maan doet alles baden in diffuus koud licht. Yin en Yang. Dag en nacht. Licht en donker. De grote theorieën. Boekenrekken vol. Fortuinen hebben ze me gekost. Nou ja, toch een hoop geld. Of ik er slimmer van geworden ben? Veel lezen is geen garantie voor wijsheid. Ik hou vooral van poëzie, dicht-kunst. Met minder woorden meer zeggen. Opnieuw een poging maar tussen de lakens. Als ik mijn ogen opnieuw open schijnt het zonlicht door de ramen. Maar uitgerust voel ik me niet.

 De grote oorlog van het spreken geeft de schijn veraf te zijn.

(meer: “De Grote Oorlog” ~ “Hemels Vuur” )

Bezieling

Er is een Woord dat van bezieling spreekt,
het wordt gefluisterd en wie dan onbevangen
luistert naar wat door wind wordt ingeblazen
zal zich in gevouwen stilte zacht verbazen:
het spreekt niet van opstandigheid, het laat
de adem van het leven over zich de handen
leggen zoals golven over zand en die dan
glinsterend daarin de regenbogen laten
schitteren die horizon aan horizon verbinden,
het voelt als nooit tevoren, alsof een hemels
alfabet zich op het strand te rusten legt en
daar geduldig op jouw lezen wacht tot jij
betekenis blaast, zoals de wind die net nog
van bezieling sprak.
Dit Woord, dit weten is een mantel en jouw
dragen zal verwarmen tot ver voorbij de
eeuwigheid, tot ver voorbij het hemels klinken
van de stemmen die nu aansporen tot wederwoord,
O ja, er is een Woord dat van bezieling spreekt,
het woord dat aan jouw lippen vraagt het naar
het Hart te dragen, het Woord dat als een kind
gekoesterd in de moederschoot ontwaken zal
wanneer jouw roeping dan het spreken wordt
waarop geboorte het vervullend antwoord is.

(Egenhoven, Radio Maria, 28-10-2011
afbeelding: hemel boven Medjugorje)

Home

Yes, I must confess again: I like to float in,
float on water, a surface somewhere in
between a mountain high and river deep,
this floating then becoming ship at the horizon,
I drink deep, the more the getting there
the less I see, the more consumed the more
your Light is piercing, one single Moon beam
in the darkest night, a golden touch to warm up
icy water, O Yes, I must confess again I like to float
in, float on  water somewhere in between,
a yesterday embracing time, a you, a me, and I

Ogenblik

Hoe komt het toch dat je in 1 verhaal
blijft rondzwerven, en in een ander
dan al na 1 ogenblik verdwenen bent?
Het is zoals met bomen, wind en
herfstblad, of met moederschoten
waarin het ene woord blijft wonen
en het ander zinnen vindt, maar beide
toch blijven verlangen naar de moedertaal.

(geïnspireerd na het zwerven in http://dunyahenya.wordpress.com/)